Overzicht broedvogels in Saeftinghe

Het Verdronken Land van Saeftinghe is het grootste brakwaterschor van N.W. Europa: de totale oppervlakte (inclusief slikken, platen en hoofdgeulen) is 3600 ha. De met schorvegetatie begroeide delen beslaan een totaal oppervlak van ruim 2100 ha. Stichting Het Zeeuwse Landschap is beheerder van dit natuurgebied. Het Zeeuwse Landschap heeft ruim 3000 ha van het gebied in erfpacht van de staat, en ongeveer 520 ha in eigendom.

Het Verdronken Land van Saeftinghe is in 1976 aangewezen als staatsnatuurmonument, resp. beschermd natuurmonument. In 1995 is het aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de EU-Vogelrichtlijn, en in 2003 aangemeld als Habitatrichtlijngebied. Op dit moment loopt de procedure voor aanwijzing van Het Verdronken Land als onderdeel van Natura 2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe.

Schorren worden hoger en uitgestrekter door afzetting van klei- en zanddeeltjes die met het getijdenwater worden aangevoerd. Zo is Saeftinghe in de 20e eeuw ontwikkeld tot het zeer omvangrijke schorgebied dat het nu is. Een schor kan zich echter nooit aan het water ontworstelen: de bodem komt niet hoger dan het vloedwater reikt. Elke hectare Saeftinghe staat dus onder invloed van het water van de Westerschelde, en is dus volledig onderdeel van het Schelde estuarium. Saeftinghe is in zijn volle omvang estuariene natuur.

De lange ontwikkeling die Saeftinghe ongestoord heeft kunnen doormaken, heeft geleid tot het relatief hoog opslibben van grote delen van het gebied. Het is echter een misvatting dat dit zou leiden tot vermindering van de natuurwaarden. De monitoringsgegevens die Het Zeeuwse Landschap heeft verzameld, wijzen daar niet op.

In het ontwerp-aanwijzingsbesluit is het Natura 2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe aangewezen voor 9 soorten broedvogels, en 31 soorten niet-broedvogels. Met uitzondering van 3 soorten komen alle soorten in Saeftinghe voor. Sterker nog, de aantallen die in Saeftinghe voorkomen, maken vaak tientallen procenten (soms wel 100%) uit van de populaties in het totale Natura 2000 gebied. Kaart 1 toont de verspreiding over het schorgebied van broedparen van bruine kiekendief, tureluur, visdief en blauwborst (enkele soorten opgenomen in het ontwerp-aanwijzingbesluit). Alleen al deze paar voorbeelden tonen aan dat heel Saeftinghe, geen enkel deel uitgezonderd, dient als broedgebied. Juist het feit dat forse delen van Saeftinghe hoger opgeslibd zijn, leidt tot een grotere waarde als broedgebied.

Afgraven of verlagen van het schor op een schaal van honderden hectares, waar dit ook plaats vindt, leidt tot de zekere vernietiging van een substantieel deel van het leef- en broedgebied van de vogelsoorten waarvoor het Natura 2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe is aangewezen. Het leidt bovendien tot een verwoesting van de geomorfologische structuur van het gebied zoals die in de loop van decennia is gevormd, een complexe structuur van kleinere en grotere getijdengeulen, zandige hoger gelegen oeverwallen, en lagere, kleiige komgebieden. Deze structuur wordt weerspiegeld in delicate vegetatiepatronen zoals die van strandkweek, een algemene soort van de hoger gelegen oeverwallen (kaart 2). Kortom, afgraven of verlagen van Saeftinghe leidt in meerdere opzichten tot een ernstige aantasting van de natuurlijke kenmerken van het natuurgebied, hetgeen volstrekt ontoelaatbaar is volgens de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving.

dr. M.A. Hemminga (Stichting Het Zeeuwse Landschap)