In Het Verdronken Land van Saeftinghe verblijven in de winter opvallend grote aantallen oeverpiepers, tot naar schatting zelfs meer dan 6000 individuen. Deze foerageren in de geultjes die door het schor meanderen. Algemeen wordt aangenomen dat oeverpiepers met name op kleine slakjes foerageren, zoals Gray's kustslakjes (Assiminea grayana).

Om hierover eens gefundeerder uitspraak te kunnen doen zijn er uitwerpselen van oeverpiepers verzameld en onder een binoculair bekeken op herkenbare prooirestanten. Ook is de bodem van het foerageergebied bemonsterd op het voorkomen van bodemdieren.

Men vond in de uitwerpselen resten van zeeduizendpoten, wadslakjes, kreeftachtigen en vermoedelijk ook insecten. De prooirestanten in de uitwerpselen sluiten goed aan bij wat er in de bodemmonsters is gevonden.

De oeverpiepers blijken in Saeftinghe geen specifieke voedselspecialisten te zijn. Fecesmonsters met alleen de restanten van één prooi zijn namelijk relatief zeldzaam gebleken. De resultaten geven ook enigszins voeding aan het beeld dat gedurende de winter de oeverpiepers de samenstelling van hun 'dieet' aanpassen, wellicht anticiperend op wat voorhanden is. Oeverpiepers lijken dus vrij opportunistisch in hun voedselgedrag.

Lees hier het onderzoeksrapport.